citymarketing - Vorig weekend was ik met Xan en Irene in London, in de herfstvakantie, dus met nog een paar miljoen ouders en hun kroost. London bekijken over de schouders van een vijfjarige maakt van de stad een pretpark. Dino's in het NHM, glijbanen in Tate Modern, een gamestentoonstelling in het Science Museum , waar Xan zich verbaasde over de dertigers die op zwart-wittelevisies pong tegen elkaar speelden (wat een nep xbox, pap), op jacht naar farao's en draken in The British Museum, eten in Rainforest Café, waar je onder het mom van liefde voor de natuur steaks van een kilo op de kaart vindt, die je onder het goedkeurend gegrom van een gorilla naar binnen mag werken, maar dit terzijde.
Op de ramen van de cityhall eindelijk een punt van herkenning, waardoor ik met niet in Disneyland waande, maar gewoon in Amsterdam. We are Londoners. Jawel, de Amsterdamse citymarketing campagne, maar dan ff iets minder egocentrisch. Gejat? Van I love New York zeker natuurlijk. Toch maar even gecheckt bij Kesselskramer, bedenkers van de I amsterdamcampagne. Een bureau dat overigens echt veel meer lijkt te snappen van citymarketing dan online marketing (een parodie op jaren '90-sites als je online visitekaartje is zó 2001).
Maar goed, ze kennen hun best practices. Een beetje stad heeft namelijk een campagne die:> een idee geeft over het aantal egoisten dat de stad herbergt;
> een flauwe woordspeling bevat;
> een slogan die in rode en zwarte fonts als sticker te koop is in de webshop, waar je ook mokken, kortingscouponnen en t-shirts kunt kopen.
Wat een prachtig vak. Ik heb besloten: mijn zoon wordt helemaal geen dierenarts. Hij wordt citymarketeer.
